Immaterieel erfgoed: dialecten


In 2018 willen we sterk inzetten op lokale dialecten.

Dialect is heel broos immaterieel erfgoed: enerzijds is dialect als levende taal constant aan verandering onderhevig, anderzijds spreken minder en minder mensen dialect in een wereld waar Algemeen Nederlands de standaard is geworden. Wij willen met de diverse projecten de waarde van de lokale dialecten in de verf zetten, in de hoop bij te dragen aan het bewaren en waarderen van dialect als immaterieel erfgoed.

 

Wat wordt het ‘Schoonste Dialectwoord’ van groot Ninove?

Na Denderleeuw, waar ‘desjtern’ werd verkozen tot mooiste dialectwoord, is het de beurt aan Ninove. Onder de titel “Sji-sjimadam? Sjarlowie? Ne sjoekelieër va sjokkelat?” gaat Ninove op zoek naar het ‘Schoonste Dialectwoord’ van groot Ninove:

  • Op 7 januari ging de wedstrijd van start op de Nieuwjaarsdrink met de lancering van een reeks ‘kittelwoorden’.
  • Van 8 januari tot 21 februari wordt de ‘longlist’ opgesteld: geef je favoriete woorden (maximum 5) uit het dialect van jouw deelgemeente door via het formulier. Na afloop van deze fase selecteert een jury tien woorden (de shortlist) voor de tweede fase.
  • Van vrijdag 2 maart tot maandag 4 april kan iedere inwoner van Ninove op twee plaatsen (bibliotheek en stadhuis) in een echt stemhokje stemmen voor één van de tien geselecteerde woorden. In het weekend van 24 en 25 maart komt er zelfs een mobiel stemhokje in elke deelgemeente.
  • Eind april maken we het Schoonste Dialectwoord van groot Ninove bekend.

Meer info vind je op de website van Ninove.

 

Dialectopnames in februari en maart 2018

Om de lokale gelijkenissen en verschillen tussen de dialecten uit Denderland (Aalst, Denderleeuw, Erpe-Mere, Lede en Ninove) in de kijker ter zetten, doen we in alle deelgemeenten dialectopnamen. We laten per deelgemeente één dialectspreker een verhaal vertellen voor de camera, uiteraard in zijn of haar dialect. Aan het einde van het traject hebben we dan 37 verschillende dialectopnames die een beeld schetsen van de dialectrijkdom in Denderland!

Deze filmpjes komen op een interactieve kaart, die gebruikt zal worden in een tentoonstelling die in de bibliotheken uit het werkingsgebied van Erfgoedcel Denderland te zien zullen zijn. De bezoekers zullen dan kunnen kiezen welk dialect ze willen horen door op de deelgemeente te klikken. De filmpjes zullen ook gepubliceerd worden op deze website en op MADEinDENDERLAND.be .

We vragen de dialectsprekers twee verhalen te brengen

  • Een verhaal dat de dialectspreker zelf kiest over een onderwerp dat typisch is voor het dorp, de deelgemeente of de stad: bijvoorbeeld een verhaal over een gebeurtenis uit het verleden, een anekdote over een plaats of plaatsnaam, een anekdote over een bekende figuur, het verhaal van de oorsprong van een typisch woord of een typische uitdrukking.

 

  • Een ‘opgelegd’ verhaal: iedereen vertelt hetzelfde verhaal, zodat een vergelijking tussen de dialecten makkelijker wordt. We kiezen voor een verhaal dat reeds in de 19e eeuw in deze streken werd gebruikt voor dialectonderzoek, namelijk de “parabel van de verloren zoon”.

 

In 1874 publiceerde J.H. Winkler het boek Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon, waarin hij voor een groot aantal Nederlandse en Friese dialecten in Nederland, Vlaanderen en Duitsland een vertaling optekende van de “gelijkenis van de verloren zoon” (Lucas 15:11-32).

Voor onze regio werden Eichem en Ninove onderzocht door de optekening van ‘de parabel van de verloren zoon’ in het lokale dialect. De dialectsprekers uit Eichem en Ninove werd gevraagd het verhaal van de verloren zoon te ‘vertalen’. We selecteren enkele zinnetjes uit het onderzoek:

Originele tekst:

Begin van het verhaal:

11 Iemand had twee zoons.

12 De jongste zei tee z’n vader: vader! Geef u me m’n deel van uw goed, dat mij toekomt; en toe verdeelde de vader z’n goed.

Het einde van het verhaal:

31 Toe zei de vader tegen ‘m: m’n jongen! Je bent immers altijd bij me en al ’t mijne is ’t joue.

32 Jij behoorde dus ook wel degelik vroolik en blij te weze, want je broer was dood en i is gevonde.

Vertalingen:

Ninove (1840) Eichem (1873)
11. Doa was ne kieë re mensj, die twieë zoenen oa.

 

12. En de joengste van die twieë kadeeën za tege za voar: voar! gee’ ma ’t poart da’ ma toekomt. En de voar gaf em za poart.

 

31. En de voar za: joengen! g’etjsj ga altijd ba ma geweest en a’ da’ ‘k iik oa, oa je ga.

 

32. Wa mosten na ne kieë kermes aven en plezierig zijn; want ik meindjsjen dat a brier diued was en ge moetjsj pêezen dat en van-er leevetig geworren es; a was verloeren en a es van-er gevonnen.

 

11. Der was ‘ne kieër ‘ne maan die twieë zonen ou.

 

12. De jongste zaai tege zij voar: voar! gee maai ’t dieël van ’t goed da maai toekomt. En a verdiljdjegen eier ’t goed.

 

31. Moar de voar zaai em: zoon! gaai zijd altiues baai maai en aal da’ ‘k em es ’t a.

 

32. Moar wa moeten fieësten en oons vereugen, omdad a bruur diue was en dat en weer liijft, dat en verloren was en dat en gevonnen es.

 

 

 

Deze volledige teksten zijn beschikbaar op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)

 

Cursus ‘volksverhalen vertellen’

Een eerste actie vond al plaats in 2017, namelijk de workshop volksverhalen vertellen. Een twintigtal enthousiaste cursisten volgden de lessen, waarna zij hun vertelkunsten aan het grote publiek toonden op twee luisteravonden. Hieronder vindt u enkele sfeerbeelden van de luisteravond in Meldert.